Maak mensen bewust van asymmetrie in gedrag

Paul Lange is hoogleraar sociale psychologie aan de VU en in Oxford. Hij traint burgemeesters in vertrouwen en communicatie. En hij adviseerde bij de campagne Doeslief. ‘Het gaat vaak gewoon om aardigheid en vriendelijkheid die jou niet veel kost en waar anderen veel baat bij hebben.’

Tekst Vittorio Busato

Amsterdam-Zuid, de laatste woensdag in april. Bij het ontbijt luister ik naar een item over apothekers in het Gooi die tot twaalf uur gaan staken vanwege de toenemende agressie van klanten. Onderweg naar de kinderopvang van mijn zoontje zet een vrouw met luid misbaar haar vuilniszakken naast een kliko die niet open wil. Waar ik me mee bemoei, reageert ze geïrriteerd als ik haar attendeer op een afvalcontainer verderop. Als ik het zebrapad oversteek, krijg ik een middelvinger van een fietser die rakelings langs de kinderwagen scheert. Ik roep hem enkele krachttermen na, me snel realiserend wat voor slecht voorbeeld ik mijn zoontje weer geef. Later die ochtend krijg ik die middelvinger ook op de Ring – van een automobilist die blijkbaar vindt dat ik niet snel genoeg van baan wissel. Als de man kan liplezen, weet hij wat voor ziektes ik hem op dat moment toewens. Als ik mijn innerlijke beschaving hervind, moet ik plots denken aan wijlen burgemeester Eberhard van de Laan die in Zomergasten Amsterdam tot mijn verbazing een lieve stad noemde. ‘Ik zal niet zeggen dat al mijn ochtenden zo verlopen’, open ik eind van die middag het gesprek met Paul van Lange, maar zo uitzonderlijk was deze ochtend nu ook weer niet. Als hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Oxford University doet Van Lange onderzoek naar samenwerking, vertrouwen en social mindfulness. Hij zoekt ook nadrukkelijk naar manieren hoe hij zijn wetenschappelijke kennis ten gunste van de maatschappij kan inzetten. Hij traint onder meer burgemeesters in vertrouwen en communicatie. En zeer onlangs was hij als adviseur betrokken bij de campagne #Doeslief van de Stichting Ideële Reclame (Sire) die erop is gericht om Nederlanders op hun onaardige gedrag te wijzen.

Een onderzoek van het SCP gaf onlangs aan dat bijna de helft van de Nederlanders vindt dat het de verkeerde kant opgaat met hoe we samenleven. Zijn ‘we’ inderdaad onbeschofter geworden?

‘Eerlijk gezegd denk ik van niet. Evolutionair gezien zijn mensen steeds socialer geworden, ook naar onbekenden toe, dat is steeds meer onderdeel geworden van hoe we met anderen omgaan. Wat de afgelopen decennia wel is veranderd, is de toegenomen verstedelijking. Driekwart van de mensen woont tegenwoordig in de stad. Daardoor wanen mensen zich niet alleen steeds anoniemer, dat zijn ze ook. Dat publieke hufterige gedrag herken ik ook wel als Amsterdammer. Dat heeft veel te maken met de toegenomen drukte. Als je kijkt hoe dicht we tegenwoordig op elkaar rijden, hoeveel fietsers en scooters er zijn, het gevaar ligt bijna constant op de loer. Als iemand een misstap begaat, kan dat gevolgen hebben. We zijn veel alerter, staan daardoor meer onder stress, met soms onbeschoft gedrag tot gevolg.’

Wat is uw rol geweest bij de campagne #Doeslief?

‘Een puur adviserende. Ik werd gebeld en had al snel een klik met het doel van de campagne. Dat heeft een directe relatie met mijn onderzoek naar social mindfulness en andere vormen van prosociaal gedrag. Om samen prettig te leven gaat het vaak gewoon om aardigheid en vriendelijkheid die jou niet veel kost en waar anderen veel baat bij hebben. Denk aan het geven van een complimentje aan een collega, het groeten van een onbekende op straat. Alleen je moet dat wel inzien. Neem het bumperkleven waar de Sire-campagne onder meer op insteekt. Dat doen we allemaal waarschijnlijk wel een beetje. Als jij haast hebt en dichter op een automobilist zit, heb je totaal niet door dat je aan het bumperkleven bent, terwijl die ander zich doodergert. Daar zit een asymmetrie in, en daar kun je mensen middels zo’n campagne op wijzen. Zo’n zelfde asymmetrie zie je ook op social media. Dan stuurt iemand in een opwelling een negatieve tweet die voor hem of haar kortstondig misschien prettig voelt, maar die bij een ander veel schade teweeg brengt.’

Hoe kom je van het constateren van die asymmetrie naar het corrigeren van ongewenst gedrag?

‘Dat is inderdaad een volgende stap, en gedragsverandering is een te beperkte benadering. Het is niet mijn favoriete woord, maar het gaat ook om een maatschappelijke cultuurverandering. Er moet iets tot stand komen dat je elkaar op een veilige manier kunt corrigeren. Neem voetbalteams en bedreiging van scheidsrechters. Iemand die een ander wil corrigeren moet zich gesteund voelen door anderen in de groep, anders wordt het heel lastig. Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat het begrip reputatie daarbij een cruciale rol speelt, de indruk die jij maakt op anderen en hoe anderen jou evalueren. Mensen zijn evolutionair gezien bang om buitengesloten te worden in groepen. Dus als iemands reputatie op het spel staat in een groep, is iemand veel vatbaarder voor gedragsverandering.’

Er is kritiek op de Sire-campagne. Gedragswetenschapper Reint Jan Renes pleitte ervoor juist de stille meerderheid te bekrachtigen die wél lief doet.

‘Duidelijkheid bij campagnes in deze snelle tijd is het allerbelangrijkst. Dat klinkt wellicht moralistisch, maar bij #Doeslief gaat het over een asymmetrie in gedrag waarvan mensen zich onvoldoende bewust zijn. Dus dat je onvoldoende ziet dat je bumper kleeft, vals vlagt, een caissière onbeschoft behandelt, bij jezelf én bij anderen. Aan de vele reacties en de bereikcijfers te zien maakt #Doeslief overduidelijk iets los. Deze grote aandacht neemt overigens niet weg dat er andere aanvullingen mogelijk zijn. Voor een toekomstige campagne kan wellicht gedacht worden aan norm-setting, met een sterke nadruk sociale psychologie op positief gedrag waarvan we uit onderzoek weten dat een meerderheid dat vertoont. Dat laatste is belangrijk omdat mijn onderzoek heeft laten zien dat mensen overtuigd zijn van hun morele superioriteit.’

Moeten Skinners wetten van het operante conditioneren – gedragspatronen worden aangeleerd en in stand gehouden door hun gevolgen; positieve zullen het gedrag versterken, negatieve verzwakken – niet veel stringenter worden ingezet om gedragsverandering te bewerkstelligen? Dus bumperkleven bijvoorbeeld niet afleren door een boete te geven die iemand over een maand krijgt, maar direct je auto inleveren voor vijf dagen. Of een fietser die stopt bij een zebrapad een cadeaubon van twintig euro geven?

‘Operant conditioneren is een heel krachtig principe, maar praktisch niet zo eenvoudig toe te passen. Er zitten ook wel ethische grenzen aan. Meer verlichting aanbrengen is bijvoorbeeld een heel effectieve manier om elkaar beter in de gaten te houden in groepen. Uiteindelijk denk ik dat een een-op-een-gesprek, waarin je iemand op een constructieve manier de waarheid over zijn of haar gedrag zegt, het allerbeste werkt.’ «

Dit artikel is overgenomen uit Clou magazine© nr 93, juli 2019.

Aanmelden Cloutoday